Natuurwandeling april 2017 met Kees de Heer

Hieronder eerst het verslag van de wandeling en dan staan de foto's onderaan

Vrijdag 7 april om kwart over 9 is het zo ver. De natuurwandeling met de ervaren bioloog en natuurgids Kees de Heer zal beginnen. Een grote groep gemeenteleden van de Grote Kerk is aanwezig. 

Vanaf de parkeerplaats lopen we naar de rand van het bos en daar leest Kees de reglementen voor die hier in het bos gelden. De reglementen geven stof tot nadenken, omdat er geen kleding gewassen mag worden in de wateren die zich in dit parkbos bevinden. 

We vervolgen onze weg verder onder de ‘berceau’, dit is een loofgang van beuken. Het was de bedoeling om wandelaars genoeg schaduw te geven, want een gebruinde huid hoorde niet bij de elite van die tijd. Tot een paar jaar geleden werd het parkbos slecht onderhouden, zo ook deze berceau. Nu wordt er weer onderhoud gepleegd en proberen ze vele elementen in ere te herstellen. Kees legt ook nog uit wat een ’warrelknoest’ is. Prachtig om te zien en door kunstenaars geliefd om te bewerken vanwege de mooie houtstructuren is deze ‘pleister op de wond’ van de beuk. 

We lopen verder naar de Lindekom of Kleine Kom. Ook deze vijver is teruggebracht naar hoe het oorspronkelijk geweest is. Ook hier weer een beukenhaag rondom en om de vijver nieuwe jonge Lindebomen. Ook aan de honden is gedacht en zijn er vlonders in de vijver aangebracht, zodat ze er makkelijk weer uit kunnen. 

Onderwijl wordt Kees een boomvrucht aangereikt met de vraag van welke boom deze is. We kennen natuurlijk de dennen- en de sparappel, de  inheemse soorten. Maar hier zijn later ook Douglas sparren aangeplant en deze hebben prachtige appels. Verder vertelt Kees dat de sappen die uit de sparren komen heerlijk ruiken en veel in parfums gebruikt worden. Deze sappen zijn kleverig en moeilijk te verteren voor kleine insecten en biedt dus bescherming tegen vele kleine knagertjes. 

Bij de Grote Kom aangekomen vertelt Kees waarom dit gedeelte een Sterrenbos wordt genoemd. Alle paden komen uit bij de Grote Kom. Deze lanen waren oorspronkelijk gericht op kerktorens in de omgeving en de diagonale lanen kwamen uit op een ornament. Soms is de vraag hoeveel paden dit moeten zijn, 12? 16? Nog meer? Hier zijn het er 8 en op de plattegrond is goed te zien dat het in de vorm van een ster is. Er staan ook 3 houten beelden, schimmen uit het verleden. De 1700 en de 1800 zijn gemaakt van Eikenhout, de 1900 van Douglas. Er is ook nog een vierde sokkel, de 2000. Deze is bedoeld voor de bezoekers als vertegenwoordigers van de mensheid.  

Er zijn in dit bos nog steeds twee stijlen herkenbaar. De Franse landschapsstijl en de Engelse landschapstijl. De Franse kenmerkt zich door bijna wiskundige berekeningen en symmetrie. De Engelse door de glooiingen en kronkelweggetjes. Beiden zijn bewerkelijk vanwege het onderhoud wat nodig is. 

Tijdens de koffiestop bij de Generaal legt Kees uit dat we eigenlijk wel vier verschillende rondleidingen krijgen. We kunnen namelijk door vier brillen kijken. We kunnen kijken naar de Seizoenssamenhang (elke maand kun je naar de dezelfde laan kijken en het levert een ander beeld op en de Verticale samenhang (de ondergrond, we kijken naar bodem, water en reliëf). Deze twee zijn natuurlijk en heeft de mens geen hand in. Dan is er nog de Historische samenhang (de historie van het landgoed, de beelden en de gebouwen) en de Horizontale samenhang (de ruimtelijke opbouw van het land, de verkaveling, is er een netwerk van natuurelementen?). Hier heeft de mensheid wel invloed op. Later merken dat Kees een grote passie heeft voor de Verticale en Horizontale samenhang, hij weet hier heel interessant over te vertellen. Vanaf nu kijken we anders naar een landschapskaart!

Na de koffie lopen we weer langs de Grote Kom en stoppen even bij een paar bomen die er nog wel staan, maar niet meer bloeien. Deze zijn ideaal voor de spechten. We hadden ze al gehoord, maar nu werden we ook nog getrakteerd op de Grote bonte specht die even voor ons bleef poseren. De specht maakt één keer per jaar een holletje, hij moet alleen wel opletten dat deze niet door andere vogeltjes wordt ingepikt, want ook in het bos is de woningnood hoog en wil je als vogel niet in een oud holletje terechtkomen waar er luizen en vlooien van de vorige bewoner nog huizen.

De laan weer op! Deze stijgt zo’n 1 à 2 meter en dat kun je zien. Voor ons ligt hij hoger en achter ons lager, daar waar de Grote Kom, het water is. Aan het eind van het pad laat Kees ons zien wat een Ganzenvoet is. Dit  is een manier om paden aan te leggen. Een hoofdpad in het midden en twee diagonale paden symmetrisch aan elkaar aan beide zijden van het hoofdpad, een afdruk van een ganzenvoet dus. Ook deze Ganzenvoet is behoorlijk verwaarloosd geweest, er was één pad helemaal dichtgegroeid. 

We lopen weer verder naar de Naald van Waterloo. Deze naald staat recht tegenover Paleis Soestdijk en is in 1815 opgericht ter ere van de latere koning Willem II, die meehielp in de slag om Waterloo en Napoleon verslagen werd. 

Ook de natuur komt aan bod en Kees weet nog wat over de madeliefjes te vertellen. Wanneer je met één voet op 12 madeliefjes kunt staan is de lente begonnen. Er zijn verschillende verhalen waarom een madeliefje zo heet, maar één ervan is deze:

In de kindertijd van Jezus, maakt zijn moeder Maria speeltjes voor haar zoontje. Rond een geel hartje plakte ze vele kleine rechte witte bloemblaadjes. Als ze bijna klaar is, schiet het mesje uit en snijdt Maria zich in haar vinger. Enkele druppels bloed trekken in de witte bloemblaadjes en haar bloed kleurt de bloemrandjes rood. Jezus wil niet dat ze de bloemetjes weggooit, hij vindt de roodgerande bloemen zo nog mooier en hij bewaart ze jarenlang. Uit dankbaarheid voor zijn moeder Maria, besluit Jezus als hij volwassen is, dat deze bloempjes zich over grote delen van de wereld zullen verspreiden om de mensen op te vrolijken en vooral de kinderen te plezieren. En daarom heet dat witte zonnebloempje Madeliefje: de lieve Maagd.

Onderweg lopend naar de volgende plek ziet Kees alweer een bijzonder Hulstblaadje, benieuwd wat hij daarover te vertellen heeft. Bij een braam aangekomen laat hij zien op wat voor verschillende manieren de blaadjes aangevreten worden door verschillende soorten diertjes. De Bladmineervlieg (jawel ook deze familie omvat zo’n 3000 soorten) bijvoorbeeld legt zijn eitjes op een bramenblad en deze eet het blad van binnen op, hij maakt een soort tunneltjes. Zo ook bij het Hulstblaadje! Dus in plaats van gaten te eten in een blaadje is dit ook nog een mogelijkheid. 

Verderop komen we bij een jonge Berk voorzien van een zwam. Kees legt uit dat we in Nederland zo’n 1500 plantensoorten hebben, waaronder ook bomen en heesters, maar wel 6000 soorten schimmels. Op een Berk gaan er wel een paar soorten zitten, we zien bijvoorbeeld de houtskoolzwam. En ja daar zijn er ook wel weer een paar soorten van. De andere zwam die erop zit is voorzien van kleine gaatjes, de Zwartlijf boleet kever (wie kent hem niet) is de veroorzaker van dit euvel. Wel een slimmerik, want deze zwam is een meerjarige zwam, daar kun je dus wat langer gebruik van maken. 

We blijven nog even in de zwammen, want verderop staat een heuse Echte Tonderzwam (ook wel Kunstenaarszwam genoemd). Dit is een meerjarige zwam, hij blijft dus groeien en dat zien we aan de witte ringen die onderop aangroeien. Ook deze zwam is dus niet zacht, maar wat harder, bijna houtig. Maar waar het aangroeit is het plakkerig.  

En zo zijn we aan het einde gekomen van deze bijzondere rondleiding door het Baarnse Bos. Het was een leerzame ochtend en er zijn heel veel mooie foto’s gemaakt. Meer informatie over alles wat hierboven genoemd is, is te Googelen!

 Miranda danken we nogmaals voor deze bijzondere uitnodiging.